Doe de rozijnen, krenten en eventueel het kaneelstokje in een kommetje en giet er kokend water over. Laat minstens 45 minuten wellen, giet daarna af en dep goed droog.
Meng de bloem, suiker, zout en gist in een diepe kom.
Verwarm de melk kort tot deze lauwwarm is en voeg samen met het ei en de boter toe aan de droge ingrediënten.
Kneed daarna met de hand 20–25 minuten tot je een soepel, licht plakkerig deeg hebt. Gebruik je een machine, kneed dan 15 minuten op lage stand.
Laat de rozijnen en krenten goed uitlekken en kneed de rozijnen en krenten met de hand door het deeg. Maak je handen eventueel nat tegen het plakken.
Laat het deeg 1 uur rijzen in een ingevette kom op kamertemperatuur, afgedekt met een schone (vochtige) theedoek.
Is het deeg verdubbeld? Verdeel het in 6 gelijke stukken en vorm bollen. Tip van Veggilaine: probeer de krenten naar binnen te vouwen.
Leg de krentenbollen op een met bakpapier beklede bakplaat en dek af met ingevette plasticfolie. Laat nog 1 uur rusten.
Verwarm de oven voor op 210 °C en zet onderin een ovenschaal met een laagje water. Dit is belangrijk, anders worden de krentenbollen te droog.
Bak de krentenbollen in 10 minuten goudbruin.
Haal ze uit de oven en bestrijk direct met gesmolten boter.
Eet ze warm, dan zijn ze op hun allerlekkerst.